De Rota Vicentina Historical Way is een van de mooiste wandelroutes van Portugal. De route loopt 263 kilometer door het binnenland van de Alentejo, van Santiago do Cacem helemaal naar Cabo de São Vicente. Niet langs de kust, maar door kurkeikenbossen, verlaten boerendorpjes en uitgestrekte weilanden. Rustig, stil en vrijwel zonder andere wandelaars.
Ik liep de eerste drie etappes in november 2022, als opmaat naar de Fishermen’s Trail. Niet naar het noorden, zoals op de Camino, maar naar beneden: naar het meest zuidelijke puntje van Portugal. In dit artikel lees je hoe ik bij het startpunt in Santiago do Cacem kwam, wat je onderweg tegenkomt en waar je slaapt op etappe 1, 2 en 3.
Wandelen op de Rota Vicentina
Lekker een aantal dagen buiten zijn, even naar het fijne zonnetje en in beweging zijn. Zinvol Reizen noem ik dat, en bij deze Zinvol Reizen op de Rota Vicentina, toch? Ik wilde de Fishermen’s Trail gaan doen. Ik heb het boekje gekocht en begon me meer in te lezen.

De Rota Vicentina: Historical Way en Fishermen’s Trail
De Rota Vicentina is een uitgebreid wandelnetwerk in het zuidwesten van Portugal. Het bestaat uit twee hoofdroutes: de Historical Way (263 km, door het binnenland) en de Fishermen’s Trail (227 km, langs de kust). Samen vormen ze een van de mooiste wandelnetwerken van Europa, dwars door de regio’s Alentejo en Algarve.
Het boekje dat ik kocht liet zien dat ik zou beginnen in Santiago do Cacem. Een naam die mij al aantrok, uiteraard. Dit was dan de Historical Way. Die brengt je in drie etappes naar het startpunt van de Fishermen’s Trail. Ik kon nog wat dagen bijpakken van overuren en had dus gewoon twee weken de tijd om beide routes te doen. Want de Fishermen’s Trail gaat na het meest zuidelijke puntje nog een stukje door naar Lagos. En ja, daar wilde ik ook wel naartoe.
Zo kom je bij het startpunt van de Rota Vicentina Historical Way
Met Transavia vloog ik naar Lissabon waar ik een nachtje doorbracht in Bluesock Hostels. Een fijn hostel, dicht bij metrostation Avenida. Vanuit het vliegveld neem je de blauwe lijn tot het einde en dan nog drie stops op de rode lijn. Binnen een uur ben je er.
Onderweg naar mijn avondeten die eerste avond was dit mijn uitzicht. Hoe typisch Lissabon!

Met de bus naar Santiago do Cacem
Ik wist dat de bus om 07.30 uur ging, zodat ik diezelfde dag nog de eerste etappe kon lopen. Ik vertrok rond 06.15 uur en liep naar Sete Rios, waar je bij Rede Expressos voor 14 euro een kaartje koopt naar Santiago do Cacem. De rit duurt iets meer dan twee uur. Er gaat ook een bus om 10.30 uur en later op de dag nog een.
Santiago do Cacem: startpunt Historical Way
Na een kop koffie bij het busstation ging ik op zoek naar het startpunt. Mijn boekje gaf aan dat het bij het busstation zou zijn, maar daar vond ik niets. Ik las een straatnaam en een park en ging daarnaar op zoek. Na tien minuten vond ik de borden die de Rota Vicentina aankondigden.
Eerst volgde ik even de rood/gele markering, maar ik had er snel een verkeerd gevoel bij. Ik zocht in mijn boekje naar het volgende ankerpunt: de Igreja Matriz de Santiago do Cacém. Daar vond ik de rood/witte markering die ik zocht en die me de rest van de dag goed de weg zou wijzen.
Tip: Voer in Google Maps gewoon Igreja Matriz de Santiago de Cacém in, dan ben je in één keer klaar. De weg ernaartoe is mooi, het uitzicht is goed en daarna kun je de bebording volgen en loop je Santiago do Cacem zo uit.

Etappe 1: Santiago do Cacem naar Moinhos do Paneiro (ca. 23 km)
Het informatiebord bij het startpunt geeft aan dat etappe 1 loopt van Santiago do Cacem naar Vale Seco (18 km), maar mijn boekje verwees naar Moinhos do Paneiro als eindpunt. Dat bracht mij op zo’n 23 km voor die eerste dag.

Ik liep al snel in het groen, heuvel op en heuvel af. In het begin domineren eucalyptusbossen en platanen: aangelegd, recht toe recht aan, weinig fantasie. Even later kom ik in mooier gebied en wandel ik tussen de kurkeiken. Een apart gezicht. De onderkant van de bomen is donker, bijna zwart, omdat de kurk eraf gehaald is. Daarboven zit nog kurk en blad. De paden zijn er super.

Vrij in het begin heb ik nog even zicht op de zee aan mijn linkerkant, maar daarna loop ik echt het Portugese binnenland in. Op een gegeven moment hoor ik bellen en zie ik geiten. Een van die geiten staat hoog in de boom, andere staan eronder. Een ervan heeft enorme lange hoorns, dat had ik nog nooit eerder gezien.
Verderop zie ik een vrouw in de tuin aan het werk en even later staan de Ruínas do Convento de Nossa Senhora do Loreto voor me. Deze stammen uit de 15e eeuw. Er zijn twee honden die de boel bewaken en gelukkig vastzitten aan een touw. De oudere vrouw die bij het terrein woont, nog wel drie tanden in haar mond, loopt naar me toe om het vlaggetje te tonen. Het zit net iets achter wat groen verscholen. Gewoon rechts aanhouden dus.

Kurkeiken: het bijzondere bos van Portugal
Ik loop een lange tijd tussen de eucalyptus en daarna weer tussen de kurkeiken. Die had ik eigenlijk nooit zo van dichtbij gezien. De bast is gewoon kurk. Ik brak er een stukje af: zacht, licht, precies zoals kurk hoort te zijn. Hoe bijzonder is dat? Een volledig natuurlijk product dat alleen maar schoongemaakt hoeft te worden.
Het duurt zo’n negen jaar voordat de kurk teruggegroeid is en je hem opnieuw kunt oogsten. De mensen aan het avondeten zeiden het al: je kunt hier een luie boer zijn.


Lichaam in verzet
Onderweg begin ik last te krijgen van mijn knie, een kwaal die ik opliep tijdens de Nijmeegse Vierdaagse. De dag ervoor had ik al wat krampen in mijn kuit gehad, terwijl ik gewoon rustig had gereisd. Ik herken het van mijn lichaam: het gaat in verzet en laat me dingen voelen, erger dan ze zijn. Ik ken dit ook van mijn drie keer Vipassana: je lichaam laat je dingen voelen, aandacht willen, er niet bij willen zijn.

Een hele tijd had ik er last van, een hele tijd ook niet. Soms lukte afdalen prima, even daarna strompelde ik bijna omdat ik de knie niet wilde buigen. Bij Vale Seco had ik 18 km gelopen en was ik blij om te mogen zitten. Schoenen uit, voeten drogen, grote tenen aftapen, cola en een broodje kaas. Wat heerlijk.

Daarna was het nog zo’n 3 km naar Moinhos do Paneiro. Onderweg passeerde ik kleine boerderijtjes en oude huisjes. Echte boerderijen zie je hier niet. Ze tuinieren wat en hebben soms geiten. En dan opeens: een enorm varken. Nieuwsgierig en groot, ik heb er een filmpje van gemaakt.


Overnachting: Moinhos do Paneiro
Ik sliep bij de oude molens. Er staan er nog twee en er is een bed and breakfast bij. Dat is ook het enige in de omgeving: je zit echt midden in het glooiende Portugese landschap. Gelukkig verzorgen ze ook het avondeten. Heel toevallig was er een Nederlands gezin dat deels in Nederland woont en deels in Portugal. Gezellig samen aangeschoven.


Dat was een geslaagde eerste dag. Nu hoopte ik dat mijn knie zich de volgende ochtend beter zou gedragen. Vorig jaar in Oostenrijk was iets soortgelijks het geval, en dat was de volgende ochtend over. Dus daar gingen we maar vanuit.
Kijk waar jij de nacht doorbrengt in of bij Moinhos do Paneiro. Andere opties langs de route: Courela do Salgueiro, Vale Seco, Elements Alentejo en Herdade Morro Bento.
Ook op deze route liep ik met wandelstokken om mijn lichaam wat te ontlasten. Koop je verstelbare wandelstokken.
Etappe 2: Moinhos do Paneiro naar Cercal do Alentejo (ca. 20 km)
De volgende ochtend begon ik met een lekker ontbijtje bij Moinhos do Paneiro. Mijn knie voelde redelijk: niet pijnvrij, maar niet meer bij elke stap pijn. Ik nam me voor rustig te lopen. Het zonnetje scheen al lekker en ik deed alleen een hemd, een dun truitje en een korte yogabroek aan.

Gelijk liep ik weer in wat mijn medegasten van gisteren het “elfenlandschap” noemden: de kurkbomenplantage. Ik vind het meer iets onheilspellends hebben. Die zwarte stammen aan de onderzijde en de vormen die de bomen krijgen. Een hele eigen sfeer. En daarbij die roodbruine zandwegen.

Omdat mijn knie me bezig hield zette ik muziek op. Apart: zodra er afleiding is, is de pijn gewoon weg. Niet meer aanwezig. Tot in hoeverre is het dan echte pijn, of vergroot ik het kleine beetje pijn door er aandacht aan te geven?

Na ruim 5 km bereikte ik het dorpje Vale das Éguas en zat ik heerlijk even in het zonnetje op een terrasje met een kop koffie. Schoenen uit, sokken uit, benen omhoog.

Hierna volgde een lange wandeling door uitgestrekte weilanden. Grotendeels over zandwegen, een stuk ook over asfalt. Dat verschil was juist goed voor mijn knie: even een andere belasting, niet scheef maar recht.
Op een gegeven moment passeerde ik een brug met uitzicht over een brede watervlakte. Geen rivier, maar de Barragem de Campilhas, een stuwmeer. Aan één kant water, aan de andere kant droog. Een apart en mooi stukje.


Mangoestes en aardbeienbomen
Ook vandaag zag ik weer een mangoeste langs het pad. Gisteren zag ik er al één die vanuit de zandweg de bosjes invluchtte, vandaag zat er eentje in het gras. Geen foto, maar al wel twee keer gespot. Is dan ook het enige wildlife dat ik gezien heb.
Nieuw voor mij was de aardbeienboom. Ooit van gehoord? Ik kwam er gisteren en vandaag honderden tegen.


Na zo’n 20 km arriveerde ik in Cercal do Alentejo. Bij de rotonde zag ik het bord van de Rota Vicentina en een rij restaurants naast elkaar. Gegeten, en daarna vroeg naar bed om mijn knie verder te laten rusten.


Overnachting: Cercal do Alentejo
In Cercal sliep ik bij Solar do Alentejo, een prima optie met een eenpersoonskamer. Kijk voor jouw mogelijkheden in Cercal.
Etappe 3: Cercal do Alentejo naar Porto Covo (16,5 km)
Na een lange nacht in een fijn bed liep ik rond half negen mijn hotelletje uit. Bij de rotonde nam ik een kop koffie met melk en een zoet broodje. Dat broodje was enorm groot en kon makkelijk doormidden: ik vroeg om de helft. Ze keek me vreemd aan, maar gaf me wat ik vroeg. Heerlijk.

De route leidt je nog langs de kerk en dan door het dorp uit, langs weilanden en verlaten plattelandshuisjes. In veel huisjes woont niemand meer. Daar waar nog iemand woont, blaft een hond je van verre toe. Ze zitten altijd vast of kunnen het erf niet af, maar sommigen hier zijn echt enorm groot.

Eucalyptus en kurkeiken: de geuren van Portugal
Een heel stuk liep ik door een eucalyptusplantage. Heerlijke geur om je heen. Ik sprak een man die goed Engels kon. Ze waren aan het plukken voor Nederland, vertelde hij. Daar wordt eucalyptus gebruikt voor bloemstukken maar ook om olie van te maken. Leuk, vond hij ook toen hij hoorde dat ik uit Nederland kom.


Ik liep bergopwaarts langs aardbeienbomen, kurkeiken en eucalyptus, en bovenop de heuvel had ik uitzicht op de zee. Daar ging ik naartoe, en daar zou ik de volgende twee weken langs blijven lopen.

Bij een terrasje langs een grote weg nam ik mijn lunch: café com leite en een groot stuk arretjescake. De pauzemogelijkheden zijn schaars op de Rota Vicentina Historical Way, dus als er een kans is, neem je hem.

Hierna liep ik nog een uur door het Portugese platteland. Ik kwam twee auto’s tegen met oudere mannetjes erin en twee motorcrossers. Verder niemand. De man van de eucalyptusplantage had me verteld dat ik de tweede wandelaar was die dag.

Porto Covo is een leuk plaatsje, wat drukker dan de andere dorpjes, ook al zijn de meeste winkels dicht. Een paar terrasjes, mensen in de zon. In hostel Mute trof ik een Zuid-Indiase man die de volgende dag ook zou beginnen aan de Fishermen’s Trail. Leuk!

Na het opfrissen liep ik even naar de kust en daarna eten op het terras in de zon. Ik at een knoflooksoep met ei, brood en vis: echt heerlijk. Ernaast twee stukken gebakken vis. Het was 16.00 uur toen ik het op had en ik wist niet of ik die avond nog een maaltijd op zou kunnen.

Over mijn knie: dag drie
Die dag ging het best goed. De pijn zat nu voorzijde onder de knieschijf, de knieholte was nog wat dik. Ik merkte dat als ik de knie even masseerde, de pijn veelal wegtrok. En dat ik het soms een paar kilometer niet voelde en dan even weer wel. Vreemd, maar niet onoverkomelijk.
Overnachting: Porto Covo
In Porto Covo sliep ik in hostel Mute. Het ligt precies aan de kust en heeft een fijn zwembad. De kamers zijn voor vier personen, schoon en netjes. Vanuit de kamer liep ik zo het terras op om kleren te drogen. Ideaal.
Kijk voor meer mogelijkheden in Porto Covo.


Voor nu sluit ik deze blog af en ga ik morgen een nieuwe openen voor de Fishermen’s Trail.
Lees verder voor de kustroute van de Rota Vicentina
Wil je mee met Zinvol Reizen op de Historical Way & Fishermen’s Trail?
Je kunt meegaan met Zinvol Reizen op de Historical Way en Fishermen’s Trail. In 4 dagen wandelen naar het meest zuidelijke puntje van Portugal, gevolgd door een relaxdag in Lagos. Lees er alles over – Wandelreis Fishermen’s Trail
Alle etappes van de Rota Vicentina Historical Way
De Historical Way bestaat in totaal uit 13 etappes en is 263 km lang. Hieronder een overzicht:
1 : Santiago do Cacém naar Vale Seco 18 km
2 : Vale Seco naar Cercal do Alentejo 23 km
3a: Cercal do Alentejo naar Porto Covo 16,5km (Ik heb deze etappe genomen om op de Fishermen’s Trail over te gaan)
3b: Cercal do Alentejo naar S. Luis 20,5 km
4 : S. Luis naar Odemira 25 km
5 : Sabóia naar Odemira 33 km
6 : Odemira naar S. Teotónio 19 km
7 : S. Teotónio naar Odeceixe 15/17 km
8 : Odeceixe naar Aljezur 19,5 km
9 : Aljezur naar Arrifana 12 km
10: Arrifana naar Carrapateira 24 km
11: Carrapateira naar Vila do Bispo 21,5 km
12: Vila do Bispo naar Cabo de S. Vicente 14 km
Wil je je goed voorbereiden? Bestel het boekje Historical Way. Het beschrijft de route via de Historical Way naar de Fishermen’s Trail. Tijdens de eerste etappes was het ideaal om het bij me te hebben. Later op de route klopte het soms niet helemaal omdat ik waar mogelijk de Fishermen’s Trail koos en het boekje soms de Historical Way. Toch geeft het goede informatie over de route en de plaatsen onderweg.
Lees verder voor de kustroute: Fishermen’s Trail langs de Atlantische Oceaan.
Hoe kom je er
Vlieg naar Lissabon. Neem vanuit het vliegveld de metro (blauwe lijn tot het einde, dan rode lijn, drie stops) naar het centrum. Sla je nacht op in Lissabon en neem de volgende ochtend vroeg de bus van Sete Rios (Rede Expressos) naar Santiago do Cacem. Prijs circa 14 euro, reistijd iets meer dan twee uur. Er rijden bussen om 07.30, 10.30 en later op de dag.
Wanneer ga je
November en december zijn ideale maanden voor de Rota Vicentina Historical Way. Het is niet te warm, het regent soms maar zeker niet altijd, en je loopt met weinig andere wandelaars. In het voorjaar (maart tot mei) bloeit de route uitbundig.
Overnachten
- Etappe 1: Moinhos do Paneiro (B&B bij de molens, ook avondeten mogelijk). Andere opties: Courela do Salgueiro, Vale Seco, Elements Alentejo, Herdade Morro Bento.
- Etappe 2: Solar do Alentejo in Cercal do Alentejo of andere opties in het dorp.
- Etappe 3: Hostel Mute in Porto Covo, direct aan de kust met zwembad.

Wil je ook nog wat andere wandel inspiratie lezen?
- Complete Gids 6 Etappes Costa Brava + Praktische Tips
- Wandelen in Cappadocië – Pigeon en Zemi Valley
- Winterberger Hochtour – Wandelen rondom Winterberg
- Wandelen in de mooiste wadi van Jordanië – Wadi Mujib
Of wandel met mij mee naar het einde van de wereld
Dit artikel bevat affiliate links. Als je via een van deze links iets boekt of koopt, ontvangen wij mogelijk een kleine commissie, zonder extra kosten voor jou.
Reacties (4)