We begonnen te rijden naar de theeplantages van Munnar en de chauffeur zei dat ik rechtop moest zitten omdat er nogal wat diepe gaten in de weg konden zitten. De jeep waar ik in zat was ook zeker niet de nieuwste. Ik zat op een stoel waar ik de scheuren al in de zitting zag zitten en voelde het ijzer van het karkas er doorheen steken.
Zo begon mijn rit naar de Kolukkumalai Tea Estate, de hoogste theeplantage ter wereld. Dat wist ik op dat moment nog niet eens. Ik wist alleen dat de weg slecht was, de jeep oud, en dat het uitzicht onderweg alle hobbels waard zou zijn. En dat klopte.

De theeplantages van Munnar zijn voor mij de mooiste die ik ooit zag. Dit waren ook de eerste. Jaren later maakte ik een wandeling door het gebied van de Cameron Highlands. Heel mooi maar het haalt het niet bij de theeplantages van Munnar.
Waar ligt Munnar?
Munnar ligt in de heuvels van de Western Ghats, in de zuidelijke punt van India. Die punt bestaat uit de staten Tamil Nadu en Kerala, en het is Kerala waar je de theeplantages vindt. Kerala is de smalle, groene strook aan de westkust van het schiereiland: vruchtbaar, welvarend, en totaal anders dan het droge noorden van India.

Munnar zelf ligt op ongeveer 1.600 meter hoogte, aan de samenvloeiing van drie bergrivieren. De naam betekent dan ook letterlijk “drie rivieren”. Vroeger was het een geliefde zomerresidentie van de Britse kolonisten die de hitte van de lager gelegen gebieden ontvluchtten. Die koloniale geschiedenis is nog altijd voelbaar, in de architectuur, in de theefabrieken, en in de plantages zelf.
Vanuit Kochi rij je er in ongeveer vier tot vijf uur naartoe over een weg die steeds smaller en bochtigjer wordt naarmate je hoger komt. Ben je gevoelig voor wagenziekte, neem dan iets in. Het is het waard.

Waarom zijn de theeplantages van Munnar zo bijzonder?
Als je vanuit de vlakte het gebied van Munnar inrijdt, verandert het landschap langzaam. De hitte verdwijnt. De lucht wordt koeler. En dan opeens: groen. Zover je kijkt. Golvende heuvels bedekt met afgeronde theestruiken, keurig op rijen geplant tegen de berghellingen. Het lijkt een beetje op een groen tapijt dat iemand zorgvuldig over de bergen heeft gelegd.
Tussen de struiken staan hier en daar hoge bomen. Ik dacht eerst dat het voor de schaduw was. Later begreep ik dat het Silver Oak-bomen zijn: ze beschermen de theeplanten tegen te veel directe zon en houden de bodem vast op de steile hellingen.

Sommige van deze plantages dateren al van het begin van de vorige eeuw. Toen de Britten in India kwamen, plantten zij de eerste theestruiken, bedoeld om het Britse Koninklijk Huis van thee te voorzien. De oudste plantage die ik zag droeg een bord met het jaar 1902. En er wordt gezegd: hoe ouder de struik, hoe beter de thee.

Op weg naar de Kolukkumalai Tea Estate
Mijn vaste chauffeur Jankar had een 4WD geregeld. Hij zou deze keer niet zelf rijden. Dat had een reden, legde hij uit — de weg was echt slecht. Een oude jeep dus, met een nieuwe chauffeur achter het stuur. Die chauffeur moest lachen toen ik instapte. Ik begreep niet meteen waarom.
Dat begreep ik twintig minuten later wel.

De weg slingerde omhoog langs de theeplantages en was één aaneenschakeling van kuilen, scheuren en stukken waar de weg eigenlijk gewoon ontbrak. Sommige gaten waren zo diep dat ik even van mijn stoel loskwam. Nu snapte ik de lach van de chauffeur. Ik keek opzij en zag hem sturen met de kalmte van iemand die dit al honderd keer had gedaan, en er elke keer van genoot.
Wat je er op de weg omhoog voor terugkrijgt: uitzichten die je doen vergeten dat je bijna van je stoel vloog. De theeplantages liggen uitgestrekt onder je. Af en toe een andere jeep, toeristen te voet, een brommer. Het is een toeristische plek, en begrijpelijk.
- Bekijk zelf eens op de kaart waar deze Kenan Devan Hills zich bevinden in Kerala.


Kolukkumalai is de hoogste theeplantage ter wereld, op meer dan 2.400 meter boven zeeniveau. Dat geeft de thee een bijzonder karakter: de koude nachten en de mist zorgen voor een langzamere groei en een intensere smaak. De fabriek op het terrein stamt uit de jaren dertig en werkt nog altijd op de traditionele manier: met de hand plukken, met de hand verpakken, met machines die etiketten dragen van Britse fabrikanten uit de jaren veertig.

De thee fabriek en het museum
Boven aangekomen, na zeker een uur stuiteren, verdiende ik die kop thee. En die was goed. Beter dan goed.
De rondleiding door de Kolukkumalai fabriek werd in hoog tempo afgewerkt. Het Engels was beperkt. Maar wat je ziet spreekt voor zich: lange rekken waar verse groene theebladeren drogen op warme lucht, machines die malen en zeven, zakken die met de hand worden gewogen en gesloten. Op plekken leek het of je tientallen jaren terug in de tijd stapte. Het rook er naar iets tussen natte aarde en geroosterd gras, de geur van verse thee in bewerking.

Ze laten hier het volledige proces zien: het drogen van de bladeren, het malen, het fermenteren, het persen en het verpakken. Zeven stappen van blad tot kopje. Elke stap met de hand, of met machines die al decennialang op dezelfde manier draaien.
De Kolukkumalai fabriek is op zondag gesloten en open van 7.00 tot 18.00 uur. Het bezoek kost 100 roepie. Reken op drie tot vier uur voor een volledig bezoek.
De theepluksters langs de weg
Op de terugweg zag ik opeens een kleurige massa aan de kant van de weg. Grote, felle zakken vol theebladeren, opgestapeld langs het asfalt. Ernaast een groep vrouwen, en een enkeling man, die rustig zaten te wachten. Dit waren de plukkers, klaar om hun oogst te laten wegen. Aan palen langs de weg hingen haken: de weegplekken.

Zij verdienen per gewicht. Elke dag plukken ze met de hand, rij voor rij langs de struiken, met een mand of zak op de rug. Per dag haalt een plukker gemiddeld zo’n 60 kilo aan verse bladeren op. Dat levert na verwerking ongeveer 15 kilo consumeerbare thee op. Een hard bestaan voor een rantsoen dat je snel onderschat als je straks thuis een kopje zet.

Ze hadden die middag een welverdiende pauze.
Wil je zelf een dag doorbrengen in de theeplantages van Munnar, met een wandeling en een rondleiding? Boek dan een tour vooraf, zeker in het hoogseizoen zijn plekken snel weg.
Er zijn natuurlijk nog veel meer opties. Kijk dan voor de mogelijkheden in Munnar.
Praktische tips voor een bezoek
Hoe kom je er
Munnar ligt op ongeveer 130 kilometer van Kochi (Ernakulam). Met de bus doe je er vijf uur over. De weg is slingerend en steil, dus neem iets mee tegen wagenziekte. Een auto met privéchauffeur is comfortabeler en geeft je meer vrijheid om onderweg te stoppen. De dichtstbijzijnde luchthaven is Cochin International Airport.
Kolukkumalai ligt 32 kilometer van Munnar en is alleen bereikbaar per jeep. Jeeps zijn te huren in Munnar; reken op anderhalf tot twee uur rijden voor de heenweg.

Wanneer ga je
De beste tijd om Munnar te bezoeken is van september tot en met mei. Het weer is aangenaam en droog, met temperaturen tussen 15°C en 25°C. Het regenseizoen loopt van juni tot augustus en kan zorgen voor modderige, onbegaanbare wegen, zeker richting Kolukkumalai. De maanden november tot februari zijn het mooist voor Kolukkumalai zelf: de mist geeft de plantages iets bijna onwerkelijks.
Elke twaalf jaar bloeit de Neelakurinji, een endemische plant die dan de heuvels rondom Munnar paars kleurt. De volgende bloei wordt verwacht in 2030. Als je de mogelijkheid hebt: ga dan.
Hoe lang blijf je
Reken op minimaal twee volle dagen. Één dag voor de omgeving van Munnar zelf, theeplantages, uitkijkpunten, eventueel het Kannan Devan Tea Museum in de stad. Een tweede dag voor de rit naar Kolukkumalai. Ben je een wandelaar? Plan er een dag extra bij, er zijn mooie routes door de theevelden en naar uitkijkpunten als Top Station.

Overnachten
De stad Munnar zelf is een typisch Indiaas stadje: vol leven en lawaai. Verblijf bij voorkeur buiten het centrum, te midden van de theevelden of de bossen. Een mooi alternatief is het K Mansion Hotel, op zo’n 14 kilometer van de plantages maar midden in het groene landschap rondom Munnar, met een tuin waar je na een lange dag van kunt nagenieten.
Op elke reis neem ik mijn eigen herbruikbare waterfles mee. Mijn missie is om single-use plastic uit te bannen, en bijvullen in plaats van weggooien is een van de makkelijkste manieren om daar als reiziger aan bij te dragen. Ook een opvouwbare tas voor kleine aankopen scheelt onnodig plastic afval onderweg.

Lees ook
- Hoogtepunten Chennai – Tamil Nadu – Zuid-India
- Wat te doen in Udaipur – City of Lakes – Rajasthan
- Dé plek om tijgers te spotten in India is Ranthambore NP
- Eten op straat – Food Walk Old Delhi
- Mijn ontmoeting met Tikam de Brahmaanse Priester
Dit artikel bevat affiliatelinks. Als je iets boekt of koopt via een van deze links, ontvangen wij een kleine commissie, zonder extra kosten voor jou.
Reacties (3)