Estartit is heerlijk om even helemaal niks te doen. Maar op een gegeven moment wil je toch wat meer dan alleen strand en zon. Dat gevoel kende ik ook. Samen met Hans pakten we op een dag de auto en reden het binnenland in. Wat we vonden, verraste me meer dan verwacht: drie middeleeuwse dorpen Costa Brava die aanvoelen alsof de klok er ergens in de twaalfde eeuw is blijven staan.
Als je vanuit Estartit de C31 oppakt richting Pals, rijd je door een golvend Catalaans landschap met grote authentieke boerderijen en rijstvelden. Dan beginnen de dorpskernen op te duiken tussen de heuvels. Geen boulevard, geen surfshop. Gewoon steen, stilte en eeuwen geschiedenis.
Deze drie dorpen zijn goed te combineren in één dag en liggen allemaal binnen 50 kilometer van Estartit. Hier is alles wat je moet weten.

Peratallada: het mooiste middeleeuws dorp van de Costa Brava
We sloegen vlak voor Pals af naar Peratallada, en dat was de juiste keuze. Dit kleine dorp was de grootste verrassing van de dag. Het hele centrum is één groot openluchtmuseum: smalle steegjes uitgehouwen in zandsteen, poorten waar je je hoofd voor moet buigen, een kasteel dat het hart van het dorp vormt.
De naam zegt het al: Peratallada betekent in het Catalaans pedra tallada, uitgehouwen steen. Het dorp is letterlijk in de rots gebouwd, en op straatniveau zie je nog de uitgesleten karrensporen van eeuwen gebruik. Overal kronkelen bougainvillea langs de gevels.
In de tiende eeuw werd hier een kasteel gebouwd, en het dorp groeide daar organisch omheen. De huizen uit de twaalfde tot veertiende eeuw staan er nog. Sommige zijn nu galerie of restaurant, maar de gevels vertellen nog altijd het originele verhaal.

Wat niet mag ontbreken: Dwaal door de Plaça del Castell en de Plaça de les Voltes, het centrale plein met de karakteristieke booggewelven. Loop door de Portal de la Verge, de best bewaarde toegangspoort van het dorp. En klim naar de Torre de l’Homenatge voor een uitzicht over de omgeving.

Eten: Wij dineerden op het plein De les Voltes, een klein restaurantje met nog geen vijf tafels buiten. Mensen kijken op dat plein is een sport op zichzelf. De restaurants op en rondom dit plein serveren traditionele Catalaanse keuken — kijk even rond welk terrasje je aanspreekt.
Plan minstens anderhalf uur voor Peratallada. Je kunt hier ook goed een middaglunch doen voor je verdergaat.

Pals: middeleeuwse sfeer met uitzicht over de rijstvelden
Hierna reden we door naar Pals. Groter dan Peratallada, maar net zo goed bewaard gebleven. Het dorp ligt op een heuvel en is in 1973 uitgeroepen tot historisch erfgoed. De oude stadsmuren staan er nog, en als je helemaal naar boven loopt, kijk je uit over de rijstvelden en de kustlijn in de verte.
Pals wordt al vermeld in de geschiedenisboeken vanaf de negende eeuw. Het werd in de middeleeuwen versterkt vanwege de kwetsbare ligging op de heuvel. Die muren zijn er nog.

Wat niet mag ontbreken: De Torre de les Hores, de middeleeuwse klokkentoren die je al van ver ziet, en het hoogste punt van het dorp bij het Mirador Josep Pla. Schrijver Josep Pla schreef over Pals: “Pals is goed voor niet één, maar honderd bezoeken.” Ik snap hem.

In de smalle straatjes zitten winkeltjes met Catalaans aardewerk, kleding en lokale producten. Goed voor een korte stop. Elk jaar wordt er een dinsdag een weekmarkt gehouden van 8 tot 13 uur, als je dat wil meepakken.
Plan een uur voor Pals, wat langer als je graag winkelt of ergens koffie wil drinken.

Begur: het dorpje met uitzicht op zee en een Cubaans verleden
De laatste stop was Begur, iets groter en net iets drukker dan de andere twee. Begur ligt op een heuvel met zicht op zee en de Medes-eilanden. Bovenaan liggen de ruïnes van het middeleeuwse kasteel, Castell de Begur, en van daaruit heb je een indrukwekkend uitzicht..


Wat me bijbleef: de grote koloniale huizen die je door het dorp verspreidt ziet staan. Dat zijn de zogenaamde Casas de Indianos, herinneringen aan de negentiende-eeuwse emigratie naar Cuba. Veel inwoners van Begur vertrokken destijds naar Cuba als handelaar. Degenen die terugkeerden, bouwden met hun verdiende geld deze opvallende huizen. Die Cubaans-Catalaanse geschiedenis wordt elk jaar gevierd tijdens de Fira d’Indians, altijd het eerste weekend van september.
Wat niet mag ontbreken: De ruïnes van Castell de Begur voor het uitzicht. De wekelijkse markt op woensdag van 8 tot 14 uur. En als je er op een dag in september bent: de Fira d’Indians.
Wij aten tapas bij El Tapas de Begur. Kleine hapjes van alles, een geweldige manier om de lokale keuken te ontdekken zonder je vast te moeten committeren aan één gerecht.

Wat een super leuke dorpjes waren Pals en Peratallada! Zo hoorde ik laatst van nog een leuk dorpje maar dan op een andere manier. Heb jij wel eens gehoord van El Rocio? Dat is een dorpje in western stijl nabij de stad Sevilla. Ook zeker de moeite van het bezoeken waard.
Tips voor een dagtrip langs de middeleeuwse dorpen
- Volgorde: Peratallada, dan Pals, dan Begur werkt goed. Zo begin je met het kleinste en meest indrukwekkende dorp en sluit je af met het grootste.
- Vervoer: Je hebt een auto nodig. De dorpen liggen wel dicht bij elkaar (maximaal 15 kilometer tussen de dorpen), maar er is weinig openbaar vervoer die ze verbindt. Vanuit Estartit rijdt je via de C31.
- Parkeren: In Peratallada is er een betaalde parkeerplaats bij de kerk. In Pals en Begur vonden we gratis plekken op loopafstand.
- Tijdstip: Vroeg in de ochtend of aan het einde van de middag is qua temperatuur het meest aangenaam. Houd ook rekening met de siësta: tussen 14 en 17 uur zijn veel winkels en restaurants gesloten.
- Hoelang: De drie dorpen zijn goed te doen in één dag. Als je Peratallada grondig doorloopt, ben je anderhalf uur zoet. Daarna nog een uur in Pals en een uur in Begur. Tel daar je lunch en/of diner bij, en je dag is vol.
Op elke rondreis neem ik mijn eigen waterfles mee. Mijn missie is om single-use plastic uit te bannen, en bijvullen in plaats van weggooien is een van de makkelijkste manieren om daar als reiziger aan bij te dragen.
Wandelen in de omgeving van Estartit
Houd je van wandelen? Dan is het achterland van de Costa Brava ook interessant voor langere routes. De Cami de Ronda loopt langs de hele kust van de Costa Brava en brengt je langs ruige kliffen en kleine baaien. Een deel van die route loopt vlak langs Begur. Lees mijn ervaringen op de Cami de Ronda →

Hoe kom je er
Vanuit Estartit rijd je via de C31 richting Pals. Peratallada ligt iets voor Pals, afslaan bij het bord richting Forallac. Alle drie de dorpen zijn vanuit Estartit binnen 30 minuten bereikbaar.
Vanuit Girona rijd je via de C66 richting La Bisbal d’Empordà en dan verder richting Forallac. Girona heeft een eigen vliegveld, maar ook Barcelona Airport is een optie.

Wanneer ga je
Het voorseizoen (mei en juni) en het naseizoen (september en oktober) zijn ideaal. Aangenaam weer, minder drukte in de dorpjes. Juli en augustus zijn warm en vol. De dorpen zijn het hele jaar open, maar in de winter sluiten restaurants vroeger en is het programma beperkter.
Overnachten
De meeste mensen overnachten in Estartit, goed gelegen als basis voor de omgeving. In Pals zelf zit Mas Salvi, een boetiekhotel in een historische boerderij met zwembad, omringd door natuur. Of het prachtige Alta House in centrum Begur. Voor een langer verblijf in de regio zijn ook hotels in Girona (op 45 minuten rijden) een goede optie. Kies je dan wel voor die eeuwenoude stijl? Zoals Pensio Bellmirall bijvoorbeeld?
Meer lezen over Spanje?
- Ontdek ook naar de Sierra Subbetica – Wees het grote publiek voor
- Ga wandelen op de GR221 op Mallorca – Verslag etappe 2 & 3
- Ontdek Ibiza & Formentera – Spanje
- Wandelen langs de Costa Brava – GR92 – Lloret de Mar naar Tossa de Mar
- Wandelen langs de kust van Portugal op de Fishermen’s Trail
Zou jij wel een meerdaagse wandeling willen doen maar niet alleen? Kijk een naar mijn reis op de Fishermen’s Trail of de indrukwekkende pelgrimstocht in Spanje.
Dit artikel bevat affiliatelinks. Als je iets boekt of koopt via een van deze links, ontvangen wij een kleine commissie, zonder extra kosten voor jou.

Reacties (5)